“Ook Vlaamse belastingen kunnen worden geregulariseerd”, kopten o.a. Het Nieuwsblad, De Tijd en VRT News onlangs. Waarover gaat het precies?
Een vijfde federale fiscale regularisatie – maar nu permanent
Sinds 8 augustus, met de publicatie van de nieuwe aangifteformulieren, kunnen dankzij de Programmawet van 18 juli 2025 fiscale en sociale zonden die betrekking hebben op belastingen uit het verleden worden opgebiecht. Deze keer in een permanente vorm. De nieuwe regeling, bekend als EBAquinquies of EBA5, volgt op de eerdere vier rondes van fiscale amnestie tussen 2004 en 2023. Hierbij werd naar schatting 17 miljard euro aan zwart geld geregulariseerd.
Een nieuw regime na een juridisch vacuüm
Sinds het aflopen van EBA4 eind 2023 bestond er op federaal niveau een juridisch vacuüm, net op het moment dat de antiwitwaswetgeving werd verstrengd. Door dat nieuwe kader kunnen ook erfgenamen mogelijks strafrechtelijk vervolgd worden voor witwassen indien zij vermogen erven waarvoor geen sluitende fiscale documentatie beschikbaar is.
Hoofdlijnen van EBA5
De regeling onder EBA5 is technisch grotendeels een voortzetting van het vorige systeem, zij het met hogere tarieven: 30 procentpunten bovenop het basistarief voor niet-verjaarde inkomsten en een uniforme heffing van 45% voor fiscaal verjaarde kapitalen. De regeling beperkt zich tot federale belastingen en voorziet, mits strikte voorwaarden, zowel in fiscale als strafrechtelijke immuniteit. De bewijslast ligt natuurlijk volledig bij de aangever zelf waardoor voor fiscaal verjaarde kapitalen een bijzonder strikte documentatieplicht blijft gelden.
Oude knelpunten blijven
Een opvallend knelpunt blijft de behandeling van erfgenamen. Hoewel het regeerakkoord expliciet opriep tot een soepeler regime voor rechtsopvolgers te goeder trouw, is daarvan in de uiteindelijke regeling niets terug te vinden. De bewijslast blijft ook voor hen streng. In veel gevallen is het vereiste schriftelijke bewijs eenvoudigweg niet meer beschikbaar, waardoor erfgenamen worden verplicht om het volledige tarief te betalen op mogelijk reeds correct belast kapitaal.
Ook sociale regularisatie wordt permanent
Daarnaast introduceerde dezelfde wet ook een permanent systeem van sociale regularisatie, gericht op niet-verjaarde bijdragen op beroepsinkomsten. De logica sluit nauw aan bij die van de fiscale regeling. Ook hier geldt een strikte uitsluiting voor dossiers waarbij al een onderzoek loopt of eerder een regularisatie werd ingediend.
Voor wie meer wil lezen over dit onderwerp verwijzen we graag door naar ons artikel in AUTD: 205 Wetgevend traject 2025_van regeerakkoord tot implementatie-Deel 3_Fiscale Sociale Regularisatie.
Moeizame start
In de praktijk blijkt dat het systeem weinig tegemoetkomt aan de verwachtingen die waren gecreëerd door het Regeerakkoord. Er is geen differentiatie naar zwaarte van de fraude, en er blijft één uniform boetetarief gelden, zonder ruimte voor proportionaliteit of individuele beoordeling.
Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe federale regime voor fiscale regularisatie blijven de concrete aangiften voorlopig sterk achter. Uit navraag door De Tijd bij de FOD Financiën blijkt dat op 5 september slechts twee dossiers officieel zijn ingediend.
Toenemende druk vanuit financiële sector en regelgeving
Toch lijkt dit geringe cijfer eerder een momentopname dan een structurele afwijzing van de regeling. Verschillende signalen wijzen op een sluimerende voorbereidingsfase. Het gaat zowel om oudere regularisatiedossiers die reeds langer in behandeling zijn. Als om nieuwe situaties die ontstaan onder invloed van gewijzigde regelgeving of compliancevereisten. We denken hierbij onder meer aan de toenemende transparantieverplichtingen voor buitenlandse vermogensstructuren en de toekomstige verplichtingen inzake cryptoactiva, waarover later meer in een nieuw artikel op AUTD.
Daarnaast speelt ook de rol van financiële instellingen een belangrijke katalyserende factor. Banken voeren hun antiwitwascontroles stelselmatig op en weigeren steeds vaker kapitaaltransacties waarvan de fiscale oorsprong niet sluitend kan worden aangetoond. In die context wordt regularisatie voor bepaalde belastingplichtigen niet langer ervaren als een vrije keuze, maar als een noodzakelijke voorwaarde om toegang tot het Belgische financiële systeem te behouden. Ook bij recente nalatenschappen blijkt de afwezigheid van duidelijke documentatie over geërfd vermogen aanleiding te geven tot onzekerheid, waardoor rechtsopvolgers in de praktijk verplicht worden tot regularisatie. De nieuwe regeling wordt dan ook steeds vaker ingezet als instrument om juridische risico’s af te schermen, eerder dan als louter fiscale correctie.
Federale en regionale bevoegdheden
Verder is de regularisatie ook beperkt tot federale belastingen en tot gewestelijke belastingen waarvoor de federale overheid de dienst verzekert én waarvoor een samenwerkingsakkoord is afgesloten. Door de bevoegdheidsverdeling in ons land is voor de regularisatie van de gewestelijke erf- en registratiebelastingen bijkomende regelgeving nodig. Zonder dergelijk akkoord kunnen regionale belastingen niet worden geregulariseerd. Ondertussen werd het overleg met de gewesten opgestart. Vlaanderen en Wallonië zijn bereid om deel te nemen via samenwerkingsakkoorden. Brussel blijft een complexer dossier gezien het gekend probleem: op vandaag, tijdens het schrijven van deze nieuwsbrief is er nog steeds geen regering. Onder meer voor de regularisatie van de Vlaamse erf- en registratiebelasting is het nog wachten.
Vlaamse regeling met duidelijke deadline
Maar hierop komt nu verandering, althans wat Vlaanderen betreft. Vlaanderen introduceert een eigen regularisatieregeling, met een duidelijke deadline: eind 2029. Het contrast met het federale niveau, waar een permanent regularisatieregime werd ingevoerd, is opvallend. Bovendien is er een oplopend boetetarief: 40 procent in 2026, 42 procent in 2027, 44 procent in 2028 en tot slot 45 procent in het laatste jaar. Daarmee blijft het Vlaamse boetetarief tot het einde 2028 onder het federale tarief (momenteel 45 procent).
Maar deze tijdelijkheid creëert wel een zekere druk. Vlaams minister van Financiën Ben Weyts benadrukte dat men “zoveel mogelijk wil stimuleren om niet meer uit te stellen en nu aan te geven.” De boodschap is duidelijk: wie vandaag regulariseert, betaalt minder dan wie wacht. En wie te lang wacht, valt misschien definitief uit de boot.
Voor zuiver Vlaamse dossiers
Bovenstaande regeling geldt enkel voor “pure” Vlaamse dossiers. Denk aan erfbelasting of registratiebelasting op vermogen dat in een verder verleden niet werd aangegeven. Voor dergelijke dossiers geldt dat ze niet via het federale Contactpunt Regularisaties moeten worden ingediend, maar rechtstreeks bij de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel; of een andere door de Vlaamse Regering aan te duiden instantie). De Vlaamse regeling biedt, net als haar federale tegenhanger, fiscale immuniteit. Strafrechtelijke vervolging wordt met de regularisatie ook uitgesloten, al blijft dat in theorie afhankelijk van de precieze omstandigheden en eventuele intentie tot fraude.
Gemengde dossiers: nog veel onduidelijkheid
Tegelijk roepen beide regelingen nieuwe vragen op. Zeker voor gemengde dossiers, waarin federale en gewestelijke belastingcomponenten samenkomen, blijft de praktische toepasbaarheid voor fiscalisten en hun cliënten complex. Fiscaal advocaten verwachten daarom dat het aantal zuiver Vlaamse dossiers beperkt zal blijven. De meeste dossiers waarin, in 2025, een regularisatie overwogen wordt, zijn immers gemengd van aard. We denken bijvoorbeeld aan roerende inkomsten (federaal) die voortkomen uit niet-aangegeven buitenlandse bankrekeningen die tegelijk tot een vererfd vermogen behoren (Vlaams). In dergelijke gevallen is het vaak onmogelijk om de fiscale feiten duidelijk te splitsen. Was dit kapitaal nu belastbaar in de personenbelasting, of onderhevig aan erfbelasting? En wanneer? En hoe bewijs je dat als er nauwelijks nog documentatie bestaat?
De Vlaamse regering erkent die realiteit. Voor gemengde dossiers voorziet men dat de indiening opnieuw via het federale Contactpunt zal verlopen. In de praktijk betekent dit dat federale en Vlaamse autoriteiten onderling afspraken moeten maken over de verdeelsleutel van de inkomsten en, niet onbelangrijk, over het toe te passen boetetarief. Er is nog geen duidelijkheid of er in zulke dossiers één uniform boetetarief komt (bijvoorbeeld 45 procent) of dat de boete geproratiseerd wordt per belastingtype. Zo lezen we dat vanuit het kabinet-Weyts wordt gesuggereerd dat “wellicht één boetetarief afgesproken zal worden” en dat er een verdeelsleutel komt om de inkomsten te splitsen.
En nu: wachten…
Het is nu nog enkel wachten op de definitieve teksten waarop we zeker terug komen in een nieuw artikel in Up-to-date!
Bronnen & Bijlagen
- Bron: Up-to-date